Beestjes - Kwiebus en Kjáni
In 2001 kocht een goede vriendin Kwiebus als jong
parkietje in een dierenwinkel. De vorige parkiet, Kermit, was helaas weggevlogen door een
openstaand raam en nooit meer teruggevonden. Kwiebus kwam dus, om het huis weer te vullen met stof,
lege zaadhulsjes en poepjes. En hoewel Kwiebus het heel erg naar zin had, stelde hij meer
prijs op zijn eigen gezelschap, dan op die van mensen. Mensen zijn leuk, grappig, ze geven
je eten, maar in je eentje kun je ook hele leuke dingen doen. En dus kwam Kika. Zij was
ongeveer een jaar oud en kwam Kwiebus vrouwelijk gezelschap bieden. Samen maakten zij het
huis onveilig en een herrie van jewelste. En dat is wel lastig als je thuis werkt. Net
rond die tijd moest ik mijn konijn Disney in laten slapen en bleek haar opvolgster Isabel
een buitenkonijn in hart en nieren. Dus toen ik voor Isabel een thuis had geregeld bij
mensen met een enorme tuin en andere konijnen, had ik plek voor andere vriendjes. En zo
kwamen Kika en Kwiebus bij mij wonen.
Ik kwam er al snel achter dat ze inderdaad heerlijk
herrie konden maken! Samen vlogen ze door het huis en wanneer de tv aanstond of ik met
iemand telefoneerde, dan gingen ze goed tekeer. Maar ze hadden lol samen en dat was het
belangrijkste.
Als ze in de kooi zaten, dan had Kwiebus niet zoveel in te brengen bij Kika. Ze was goed
de baas over hem. Maar Kwiebus met zijn oneindige goedheid en liefde vond dat allemaal
prima.
Na de verhuizing in september 2005 begonnen er wat veranderingen. Papegaai Kæla
accepteerde niet meer dat de twee parkieten bovenop haar kooi gingen zitten als ze
losvlogen. Kika liep een wondje op, Kwiebus een gebroken poot en een afgebeten nagel. Meer
dan een jaar ging het goed, maar dat was voorbij. Wij vonden dat een vogel niet de hele
dag in een kooi hoort. Dus werd er een grote kamervoliere aangeschaft. Zo hadden Kika en
Kwiebus veel meer ruimte tot hun beschikking en konden we volstaan met minder vaak los
laten vliegen. Als ze dan losvlogen, dan ging er een deken over de kooi van Kæla zodat de
pootjes heel bleven.
In de kamervoliere hadden ze het zo naar hun zin dat de haat-liefde verhouding omsloeg
naar een heftige liefdes relatie. Binnen de kortste keren werd er meerdere malen per dag
gepaard. Eerst zonder resultaat, maar na verloop van tijd werd duidelijk dat ze meer
wilden. Dus een broedblok op gehangen, wat ook druk bezocht werd. Maar toen ging het fout.
Kika moest een eitje gaan leggen maar het kwam niet. Onervaren als wij zijn op het gebied
van kweken zagen we de ernst van de situatie te laat in. Kika stierf. En wij waren niet de
enige die haar misten. Kwiebus zat maar stilletjes alleen te zijn. Hij was zo druk geweest
om voor haar te zorgen en nu had hij niets meer.
Dus wat nu? Een grasparkieten popje wilde we
niet meer. Kweken is (voorlopig) niets voor ons. Dus misschien een mannetje? Maar
valkparkieten vinden we ook heel erg leuk! Dus zijn we rond gaan kijken voor een
valkparkiet. Hij of zij hoefde niet per see handtam te zijn, zolang de valk maar niet bang
van mensen was. En zo kwam Kjáni bij ons. Kwiebus moest in het begin erg aan die grote
lummel wennen. Maar nu zijn ze dikke vriendjes. Als Kjáni te druk is, dan gaat Kwiebus op
een plekje rustig wachten tot Kjáni weer gewoon doet. Hebben ze honger, dan gaan ze samen
op zoek naar een maaltje. Vaak zitten ze bij elkaar in de buurt in de kooi en kletsen ze
elkaar de oren van de kop. Wanneer ze los mogen vliegen, blijven ze ook bij elkaar in de
buurt op zoek naar dingen om te eten of te slopen.
Kjáni kwam dus hier om Kwiebus gezelschap te gaan houden.
Dit was in januari 2006. Kjáni was toen 7 maanden oud en had tot die tijd bij zijn kweker
gewoond. Samen met 3 andere valkjes woonde hij in een mooie grote kooi in de woonkamer en
mocht hij ook vaak vrij rondvliegen. Heel erg tam was (en is) hij nog niet, maar hij
stapte wel netjes op. Kjáni ging eerst 3 weken in Quarantaine. Ook hij werd onderzocht op PBFD.
Toen de testuitslag terugkwam en hij volkomen gezond bleek te zijn mocht hij bij Kwiebus.
Tijdens de quarantaine zat Kjáni op onze slaapkamer. We hadden bij de deur speciale
kleding liggen die we aantrokken als we in de slaapkamer waren. Als we dan weer naar de
woonkamer gingen, dan kleedden we ons weer om en wasten we onze handen. Poes Otje mocht
ook drie weken niet op de slaapkamer komen.
Het was wel even moeite doen en op het laatst was het ook helemaal niet leuk meer. Maar op
die manier weet je wel zeker dat alles goed is. Vogels kunnen nou eenmaal veel ziektes bij
zich dragen zonder dit te laten zien en daardoor de vogels die je al hebt besmetten, soms
met dodelijke afloop. En hoewel Kjáni het alleen zitten ook helemaal niet leuk vond, was
hij het al snel vergeten toen hij bij Kwiebus mocht!
Na de verhuizing na Akkrum besloten we Kwiebus en Kjáni een
voliere in de tuin te geven. Hun kamervoliere staat in de schuur, zodat ze daar droog en
beschut kunnen zitten. Via een tunneltje lopen ze naar de vlucht, die 1 bij 3 meter is.
Daar kunnen ze naar hartelust vliegen, spelen en aan de wilgenboompjes knagen. Ze zijn
vooral bij rustig weer buiten te vinden. Ze houden niet van veel zon, wind of regen en het
hoeft ook niet zo warm voor ze. Dan zitten ze in de kamervoliere en komen zodra het weer
ze beter aan staat weer lekker buiten spelen! In de winter staan ze op onze computerkamer
in de kamervoliere. Niet omdat ze niet tegen de weersomstandigheden kunnen, want gras- en
valkparkieten kunnen prima tegen de Nederlandse winters. Maar ze zitten dan toch wel veel
in het binnenhok en dat vinden we minder gezellig. Door ze in de wintermaanden binnen
te zetten houden we ze tam en aan ons gewend, want we laten ze uiteraard elke dag los in
de kamer vliegen. En in de zomermaanden kunnen ze dan van de ruimte in de voliere
genieten!
Kwiebus en Kjáni zijn dikke vriendjes geworden. Kwiebus is de baas, meestal laat hij
Kjáni zijn gang wel gaan, maar als het erop aan komt wint Kwiebus. Grappige is dan weer
dat we regelmatig zien dat Kwiebus in Kjáni zijn kuif aan het kroelen is, waarbij Kjáni
hevig zit te genieten. Andersom zien we dat nooit. Samen vermaken ze zich prima!
|